Contact

Openingstijden werkdagen tussen 09:00 en 17:00 uur

Stel een vraag Stuur een idee in

Bedrijfssystemen voor het veen in het Lage Midden van Fryslân


Auteur(s)
Ing. J.C.A. Gielen

Jaartal publicatie
2019

Organisatie
Countus

Doel
Achterhalen wat de bedrijfseconomische gevolgen zijn van veranderd landgebruik t.o.v. het huidig landgebruik. Hiervoor zijn vier bedrijfssystemen doorgerekend: gangbaar, grondgebonden, natuurinclusief en circulair. De volgende vragen zijn beantwoord:

  • Welke duurzame bedrijfssystemen zijn realistisch onder natte(re) omstandigheden?
  • Welke technische prestaties kunnen per systeem worden verwacht m.b.t. de opbrengst van grasland, melkproductie, enzovoort?
  • Welke bedrijfseconomische resultaten kunnen per bedrijfssysteem worden verwacht?

De uitkomsten zijn gebruikt voor een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA).

Het onderzoek is een vervolg op het rapport ‘Weerbaarder, guller en attractiever. Naar een nieuwe aanpak voor het veen in het Lage Midden van Fryslân’. 

Trefwoorden
Places of Hope; Countus; MKBA; verdienmodellen; landbouw; landgebruik

Samenvatting
Er is ingeschat wat de gevolgen van ander grondgebruik zijn voor de gewas- en melkproducties. Dit is gedaan met kennis die vooral vanuit experimenten al beschikbaar was. Er zijn vier bedrijfssystemen doorgerekend: gangbaar, grondgebonden, natuurinclusief en circulair.

De bedrijfssystemen ‘gangbaar’ en ‘grondgebonden’ verschillen niet veel van het landgebruik in 2016. De ‘nieuwe’ bedrijfssystemen ‘natuurinclusief’ en ‘circulair’ doen dit wel. Bij de bedrijfssystemen ‘natuurinclusief’ en ‘circulair’ zullen de gevolgen daarom waarschijnlijk sneller worden over- of onderschat dan bij de bedrijfssystemen ‘gangbaar’ en ‘grondgebonden’. Belangrijke factoren voor het bedrijfsresultaat bij ‘natuurinclusief’ zijn de kwaliteit en de kwantiteit van de gewasopbrengst. Belangrijke factoren voor het bedrijfsresultaat bij ‘circulair’ zijn de haalbaarheid van de teelt van kroosvaren en de omzetting van het kroosvaren met stro en tarwe naar melk.

De landbouwkundige waarde van grond voor voerproductie wordt sterk bepaald door de samenstelling van de bodem. Ander gebruik van grond kan effect hebben op de landbouwkundige waarde ervan. Zo daalt bijvoorbeeld de landbouwkundige waarde van grond als het voor natuur wordt gebruikt. Daardoor ontstaat er verlies aan rendement en vermogen voor agrarische bedrijven. Om dit verlies op te vangen, moeten er andere verdienmodellen worden ontwikkeld naast de bestaande verdienmodellen die in dit rapport zijn doorgerekend. 

Link(s)