Contact

Openingstijden werkdagen tussen 09:00 en 17:00 uur

Stel een vraag Stuur een idee in

VIPNL en Fryslân trekken samen op in het verkleien van veen


12 mei 2022

Het Veenweiden Innovatieprogramma Nederland (VIPNL) is ontstaan uit een initiatief vanuit de landelijke veenweideregio’s om gezamenlijk op te trekken bij de ontwikkeling van innovaties. Daarnaast was er vanuit het ministerie van LNV de wens om een landelijk consortium voor innovaties te organiseren. Klei in Veen is zo’n innovatie, en sinds dit jaar een van de thema’s binnen VIPNL.

Alternatief voor of aanvullend op vernatten?
Bij Klei in Veen wordt er een dun kleilaagje in de veenbodem ingespoeld, waardoor koolstof gebonden wordt aan de kleideeltjes. Uit lab- en veldproeven ontstaat het beeld dat inspoelen van klei kan bijdragen aan het afremmen van veenoxidatie. Maatregelen op landbouwgronden richten zich tot nu toe op het verhogen van slootpeilen en grondwaterstanden om het veen te vernatten en zo veenafbraak te vertragen. Dit is echter een uitdaging voor de bedrijfsvoering en voor het verdienvermogen van de boeren, omdat productiekosten stijgen en opbrengsten dalen. Verder is vernatten niet overal goed mogelijk en lijkt het onvoldoende emissiereductie te kunnen leveren, afgezet tegen de doelstelling. In die zin kunnen water- en bodemmaatregelen elkaar mogelijk aanvullen, zodat meer CO2-emissie wordt voorkomen dan met maar een van die maatregelen.

Er zijn sinds 2018 verschillende proeven gedaan met Klei in Veen, zowel in het laboratorium als in de praktijk. De eerste resultaten en ervaringen bieden perspectief om deze maatregel nu in landelijk verband verder te ontwikkelen.

Demovelden in Friesland
Fryslân ontwikkelt volop mee met demovelden in Delfstrahuizen en vanaf dit jaar ook in de Groote Veenpolder van Weststellingwerf. In Delfstrahuizen is het demoveld in 2020 al aangelegd. Met een uitvoerig monitoringsplan worden de belangrijkste onderzoeksvragen beantwoord, zoals: Welke klei-eigenschappen bepalen de effectiviteit van deze maatregel op verschillende veentypen? Welke klei-type en -dosering geven een optimale CO2-reductie? In welke frequentie moet klei worden aangebracht en hoe kunnen Klei in Veen en grondwaterstandverhoging elkaar aanvullen?

VIPNL Klei in Veen 2022 van start
In april waren alle betrokken partijen voor de Friese VIPNL Klei in Veen aanwezig in Joure om de stand van zaken door te nemen. Onderzoekers van het Louis Bolk Instituut, Universiteit Utrecht en van het NOBV (Nederlands Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden) namen de deelnemende melkveehouders van Delfstrahuizen en Groote Veenpolder, de betrokken loonwerker, grond- en slibmensen en medewerkers van Veenweide Fryslân & Zegveld mee in hun presentaties.

VIPNL Klei in Veen gaat in Fryslân en Zegveld, evenals in andere veenweide-provincies, in 2022 los met onderzoek tot en met 2024. Onderzoek wordt ingericht en vindt plaats op meerdere veldlocaties en meetsites. Van die meetsites zijn er maar twee in Nederland, in Zegveld en in Delfstrahuizen in Fryslân, waar het NOBV die jaren de CO2-emissies uitgebreid gaat meten. De komende jaren worden verder allerlei andere zaken op demovelden van Klei in Veen gevolgd, zoals landbouwopbrengsten kwantitatief en kwalitatief, vocht en grondwater, de indringing in de bodem van de klei, invloed op de draagkracht, invloed op waterafstotendheid van veen, invloed op de waterkwaliteit, op de bodembiodiversiteit en meer.

Zilte bagger als variant van klei-toepassing
In Fryslân wordt nog een extra variant van klei als bodemmaatregel onderzocht binnen VIPNL, namelijk de invloed van zout op de veenafbraak. Zoute bagger is afkomstig vanuit het Waddengebied, waar die structureel vrijkomt om vaargeulen bevaarbaar en havens toegankelijk te houden. Uit literatuuronderzoek blijkt dat er aanwijzingen zijn dat zout de binding van koolstof door lutum (de kleideeltjes) positief kan beïnvloeden. In het onderzoek in Fryslân wordt dit nu verder beproefd, onderzocht en gevolgd met zoute bagger, zout en ontzilte bagger.

Resultaten onderzoek VIPNL en uitrol daarna
De VIPNL-onderzoeken Klei in Veen in heel Veenweide-Nederland lopen minstens tot en met 2024. Resultaten en rapportage zijn op z’n vroegst in de loop van 2025 te verwachten. Vanuit de klimaatopgave voor veenweiden in Nederland is bepaald dat die in 2030 samen 4 megaton CO2-emissie moeten hebben bespaard, door zowel water- als bodemmaatregelen tezamen.

Wanneer de resultaten de komende jaren het huidig perspectief bevestigen, kan er praktisch gezien na 2025 worden gestart met de brede toepassing. Voor de bodemmaatregel Klei in Veen wordt niet alleen onderzoek gedaan naar CO2-emissies; ook de grondstromen zelf (kwaliteit en volume), de verwerking daarvan en de logistieke uitdagingen eromheen zijn nu al onderwerp van experimenten en onderzoek. Zo wordt de hele ‘carbonfootprint’ van deze bodemmaatregel in kaart gebracht.